2021 wordt wellicht het jaar dat meer werknemers zelf kunnen bepalen waar zij werken. Door het wetsvoorstel Werken waar je wil van tweede kamerleden Van Weyenberg (D66) en Smeulders (GroenLinks). Het voorstel zal de positie van de werknemer om zelf een werkplek te kunnen kiezen verstevigen.

 

Sinds de Covid-19 pandemie is thuiswerken steeds meer normaal geworden bij veel organisaties. Echter moet dit wetsvoorstel zorgen dat in het post Covid-19 tijdperk er een duidelijk wettelijk kader is voor de keuze van de arbeidsplaats. Deze kaders dienen vastgelegd te worden in de Wet flexibel werken (WFW) door deze te wijzigen.

 

De wijziging zal betekenen dat een verzoek van een werknemer tot aanpassing van de arbeidsplaats op dezelfde manier behandelt moet worden door een werkgever als andere verzoeken die men kan doen op grond van de WFW. Andere zaken die hieronder vallen zijn bijv. een verzoek om aanpassing van de arbeidsduur of werktijden. Dit brengt met zich mee dat de werkgever het verzoek van de werknemer in principe moet accepteren, tenzij er sprake is van zwaarwegende bedrijfs- of dienstbelangen om dit niet te doen. Een voorbeeld is bijv. een productiemedewerker die een machine moet bedienen.

 

Veel werknemers willen ook na de coronacrisis vaker thuis werken en willen hierbij graag een afwisseling van werken vanuit huis en op de werklocatie. Voor de werkgever betekent thuiswerken niet dat hij hier geen omkijken naar heeft. Een werkgever moet namelijk wel zorgdragen voor een goed ingerichte thuiswerkplek die voldoet aan de eisen van de Arbowet. Een voordeel van thuiswerken kan weer zijn dat een werkgever kan besparen op reiskostenvergoedingen en facilitaire kosten. Voor de werknemer kan thuiswerken leiden tot hogere kosten door bijv. een hoger energieverbruik. Dit kan de werkgever compenseren door de werknemer een thuiswerkvergoeding te betalen.

 

Het is afwachten of het tot een daadwerkelijke vastlegging in de wet komt. Echter zal thuiswerken steeds meer een standaard worden binnen veel organisaties.